De kunst van het vreedzaam vechten

34,95

Artikelnummer: 9789047702191 Categorieën: ,

Beschrijving

‘Nooit eerder in de geschiedenis zaten de levens van mensen zo vol met conflicten. We moeten voortdurend ons mannetje staan, of ons vrouwtje – op straat, op het werk, in winkels en zelfs thuis. Het gekke is: ondanks al die confrontaties vloeit er maar zelden bloed. Nooit eerder zelfs was een beschaving zo effectief in het bewaren van vrede. Hoe lukt dat in onze moderne samenleving, wat is het geheim? Daarnaar gaan wij in dit boek op zoek.’ – Hans Achterhuis en Nico Koning

Een wereld zonder conflicten is niet alleen ondenkbaar, maar ook onwenselijk. Botsingen van tegengestelde meningen en belangen zijn een groot goed in een open samenleving. De vraag is alleen: hoe gaan we hiermee om en welke middelen zetten we in? Of anders gezegd: hoe gaan we krachtig het conflict aan en zorgen we er tegelijkertijd voor dat het niet uit de hand loopt? Dat geldt voor allerlei krachtmetingen in het openbare leven – denk aan sport, wetenschap, rechtspraak, politiek – en nog meer voor internationale crisissituaties zoals die in Oekraïne en Irak. ‘Vreedzaam vechten’ is een kunst die vrede en welvaart met zich meebrengt, zo leert de geschiedenis. In dit boek gaan Hans Achterhuis en Nico Koning terug naar de vroege bronnen van geweldbeteugeling, uiteenlopend van het Gilgamesj-epos en de klassieke Oudheid tot de joods-christelijke traditie. Een rijk en erudiet werk.

‘Duizenden leraren, sociaal werkers, agenten, vrijwilligers en anderen binnen onze landsgrenzen treden dagelijks op als veerkrachtige buffers tussen botsende beschavingen. Ze spelen een meestal onderschatte geweldbeteugelende rol en gebruiken daarbij meer of minder effectieve verleidingsstrategieën. In dit boek voeren we als voorbeeld een immigrantengezin uit een achterstandswijk op, waarvan de ouders zich ernstig zorgen maakten over hun stelende zoon. Voor de zoon werd het speelveld van de school uiteindelijk belangrijker dan het slagveld van de straat. Zijn vakinhoudelijke interesse werd gewekt via een begripvolle docent en een stage deed de rest. In dit geval lukte het, zoals het veel gevallen uiteindelijk lukt. Ook de vorming op een ander speelveld heeft daaraan bijgedragen: de jongen ging voetballen en leerde daar samenwerken, spelregels respecteren en verlies incasseren. Dat voetballen vonden zijn ouders maar niks, maar ze waren trots toen hij gediplomeerd werd.’ – Hans Achterhuis en Nico Koning